Op 17 september 2026 brak in een KLM-toestel brand uit;
een powerbank van een voormalige CEO had vlam gevat.
De gezagvoerder nam geen risico en keerde terug naar
Schiphol; de enig juiste beslissing: de vliegveiligheid
staat voorop. Er trad daardoor voor de passagiers een
langdurige vertraging op, van meer dan vier uur.
Op grond van Verordening 261/2004 was sprake van een buiten-
gewone omstandigheid. De passagiers komt in zo’n geval
geen compensatie toe*, tenzij het voorval door KLM had
kunnen worden voorkomen. Of de schade op de ex-topman
wordt verhaald, is nog niet zeker, alhoewel aansprakelijk-
heid daarvoor wel vaststaat**: gedrag van een unruly passenger.
___________________________________________________
* zie HvJ EU 11 juni 2020 C-74/19 ECLI:EU:C:2020:460 TAP
** op grond van art. 15.1 en 15.2 KLM-vervoersvoorwaarden