Het zal je maar overkomen. Na de landing is jouw bagage zoek.
Het overkwam een Spaanse vrouw, in 2017, na een binnenlandse vlucht.
Zij sprak Vueling aan en maakte wegens het verlies aanspraak op
de vergoeding van 1.131 SDR (ongeveer 1.400 euro), op grond van
het Verdrag van Montreal 1999, dit naar haar mening als “meest ernstige vorm
van schade”.
De rechter in Barcelona zag zich gesteld voor twee vragen:
1. is het bedrag forfaitair? (een vast bedrag dus) en
2. hoe moet de schadevergoeding worden bepaald?
Hij speelde die vragen door naar het Hof van Justitie in Luxemburg.
Het Hof had in 2012 al eens beslist dat het bedrag van 1.131 SDR een
maximumbedrag is. Het antwoord op vraag 2 was wel nieuw en duidelijk.
Het Verdrag van Montreal is sinds 2004 Europees recht (‘Unierecht’) en ook
van toepassing op binnenlandse vluchten.
Verlies van bagage is niet te bestempelen als “de meest ernstige vorm van
schade”. Het schadebedrag moet door de nationale rechter worden vast-
gesteld aan de hand van alle relevante factoren, zoals bijvoorbeeld het
gewicht, het verlies van de bagage op de heen- dan wel terugreis enzovoort.
Het bewijs van de schade moet worden geleverd door de passagier. Daarbij
zijn twee beginselen van belang, aldus het Hof: de vordering mag niet on-
gunstiger worden behandeld dan soortgelijke (gelijkwaardigheidsbeginsel)
en de uitoefening van het vorderingsrecht mag niet onmogelijk of uiterst moeilijk
worden gemaakt (doeltreffendheidsbeginsel).
Met andere woorden: de claim moet een reële kans krijgen bij de rechter.
HvJ EU 9 juli 2020 C-86/19 ECLI:EU:C:2020:538.
————————————————————————————————————
De vergoedingslimiet is sinds 2019 1.288 SDR, ongeveer 1.600 euro.
Het is voor bagage altijd mogelijk aan de vervoerder een bijzondere waarde
op te geven.