In 2015 liet een Rotterdamse brandstofleverancier in Casablanca
beslag leggen op het zeeschip Forest Park van een Britse rederij,
voor een flinke onbetaalde rekening. Drie dagen later stortte de
rederij in Marokko een bedrag van US $ 272.863 in depot, ter op-
heffing van het beslag.
De reder vroeg aan de Rechtbank Rotterdam een ‘negatieve ver-
klaring voor recht’, er zou geen bedrag verschuldigd zijn.
Die vordering werd afgewezen.
In hoger beroep kwam de geëiste medewerking aan vrijgave van
het depot in Marokko aan de orde; de rederij bood zekerheid aan
in de vorm van een bankgarantie naar Rotterdams model.
Het Gerechtshof Den Haag veroordeelde de leverancier daaraan
mee te werken.
Bij de Hoge Raad werd de rechtsmacht en bevoegdheid van de
Nederlandse rechter met succes aangevochten: op grond van
artikel 5 van het Beslagverdrag 1952 is het ‘beslagforum’ (lees:
de rechter in Casablanca) exclusief bevoegd voor vorderingen
en verzoeken (welke dan ook!) die verband houden met ophef-
fing van het scheepsbeslag. De EU-Verordening Brussel I-bis
is niet van toepassing, want uitgesloten (artikel 71 Verordening).
HR 17 juli 2020 ECLI:NL:HR:2020:1280 (arrest in incident)