Een bekend Frans horlogebedrijf, Audemars Piguet, laat elf pakketten horloges
door Logistics Solutions vervoeren van Hoofddorp naar afnemers ervan, zowel in
Nederland als in het buitenland, voor een bedrag van € 213,18 exclusief btw.
De pakketten worden ‘s nachts opgeslagen in een loods van Logistics in Utrecht.
Er vindt een overval op de loods plaats, dit met hulp van een medeplichtige loods-
medewerker, die het toegangshek en roldeuren opent…
Er zijn zeven pakketten gestolen, met een waarde van bijna € 1 miljoen.
Bij de rechtbank stuit de vordering af op de limieten van het BW en het CMR;
er wordt slechts € 306 en 300 SDR toegewezen, op basis van het gewicht.
Het gerechtshof is van oordeel dat Logistics voor de voor het buitenland
bestemde pakketten geen beroep toekomt op de limiet van artikel 23 CMR,
gegeven de opzet van haar werknemer; het gerechtshof wijst € 315.869 toe.
Het merkt het handelen van de werknemer (op grond van het BW) niet als
‘eigen handelen’ van Logistics aan.
Logistics vecht de veroordeling op grond van het CMR aan bij de Hoge Raad,
met succes.
De Hoge Raad is met de vervoerder van mening dat de werknemer niet was
ingezet voor het vervoer, zodat de uitzondering van artikel 29 lid 2 CMR ten
onrechte door het gerechtshof is toegepast.
Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd, het rechtbankvonnis wordt
bekrachtigd: de vervoerder wordt beschermd.
HR 22 april 2022 ECLI:NL:2022:594
Het CMR 1956 is het verdrag voor het internationaal wegvervoer (in Europa).