augustus 6, 2023 admin

Zwartemeer en Vinkeveense Plassen

Benadeelden bij een ongeval kunnen worden geconfronteerd met het verweer van verjaring.
Dat geldt zeker voor ongevallen tijdens vervoer, omdat het vervoerrecht korte verjaringstermijnen kent.

In het rampjaar 2014 vond, enkele weken na MH17, een dodelijk ongeval plaats op
de Vinkeveense Plassen: op een zaterdagavond werd een sloep met vier inzittenden
overvaren door een speedboot, met twee doden en twee zwaargewonden tot gevolg.

De stuurman van de speedboot werd in de vroege zondagochtend gearresteerd.
In de strafzaak werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en er werd aan de benadeelden
schadevergoeding toegewezen, zij het niet voor alle schadeposten. De strafzaak duurde lang
(in drie instanties – rechtbank/gerechtshof/Hoge Raad), tot 2019.
Toen een van de benadeelden in de civiele zaak vergoeding van zijn inkomensschade vorderde,
kreeg hij het verjaringsverweer tegengeworpen: de termijn is bij aanvaring twee jaar *1.

De rechtbank honoreerde dat verweer maar in hoger beroep werd het vonnis vernietigd:
het gerechtshof is van oordeel dat het door de benadeelde gedane beroep
op de bijzondere bepaling van artikel 3:310 lid 4 BW terecht is: de vordering
tot schadevergoeding tegen de schadeveroorzaker verjaart niet zolang het recht
tot strafvervolging nog niet is vervallen. Bij de strafbare feiten van en tegen de ‘schipper’
waren de verjaringstermijnen twaalf jaar en langer. Geen verjaring dus!

De beslissing van het gerechtshof *2 is van belang voor de vergoeding van personen-
schade bij ongevallen tijdens vervoer: het nuanceert de samenloop-regeling en
beperkt de betekenis van het Zwartemeer-arrest *3.

*1 artikel 8:1793 BW
*2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 juli 2023 ECLI:NL:GHARL:2023:6120
*3 HR 15 juni 2007 ECLI:NL:HR:2007:BA1414; bij samenloop van verjaringstermijnen
geldt de kortste.